Hoe vaak schrijf je eigenlijk nog?

schrijvenTwee weken geleden viel ik van de trap omdat ik met mijn slaperige ochtendhoofd mijn iPhone zat te bepotelen in plaats van om me heen te kijken. Wat ik in plaats van mijn iPhone wél wist te unlocken was mijn rechterduim.

schrijven(Even terzijde: het is natuurlijk geen nieuws dat nerdzijn ongezond is, maar ik dacht dat dat meer lag aan de koude pizza, lauwe cola en gebrek aan lichaamsbeweging, niet aan het feit dat de nerd niet de traptreden checkt maar wel zijn Twitter.)

schrijvenDat gaat natuurlijk op termijn vanzelf over, zo’n gekneusde duim, maar onhandig is het wel. De meeste dagelijkse dingen kan ik inmiddels weer pijnloos doen, en vrijwel alles wat met rechts nog niet lukt (verpakkingen openmaken en knoppen indrukken bijvoorbeeld) kan ik wel aardig met links opvangen. Maar iets waarbij dat echt niet kan is schrijven. En dat blijkt nou juist onverwacht pijnlijk te zijn met een gekneusde duim.

schrijvenHet valt me nu wel op hoe weinig ik eigenlijk schrijf. In de afgelopen twee weken waren dat eigenlijk alleen wat wenskaarten voor verjaardagen en geboortes, een paar boodschappenlijstjes en een incidentele handtekening. Aantekeningen tijdens overleggen maak ik liever op mijn laptop. Brieven zijn vervangen door mails en smsjes.

schrijven

schrijven

Ligt dat nou aan mij? Of schrijft u tegenwoordig ook zo bijzonder weinig, lieve lezer?

8 reacties op “Hoe vaak schrijf je eigenlijk nog?

  1. De laatste keer dat ik geschreven heb, kan ik me niet eens herinneren… o_O
    Langzaam begint een herinnering op te borrelen dat ik een notitie op een gebruikte envelop (kladblokken zijn nu ook al verleden tijd voor mij) heb gemaakt, maar dat is nu wel een aardig aantal weken geleden…
    Wist je trouwens dat grafologie (waar je persoonlijkheid met je handschrift wordt verbonden) complete nonsens is net als astrologie, horoscopen, etc.

  2. Hahaha, ik heb een engelse e-mail van een paar maanden oud erin geplakt van zo’n 150 woorden (wat eigenlijks te weinig is) en bij mij raad hij het wel goed… hoewel de machine niet zo vleiend is:

    Genre: Formal
    Female = 197
    Male = 294
    Difference = 97; 59.87%
    Verdict: Weak MALE

    Weak emphasis could indicate European.

    Ik ben geen grote fan van het amerikaanse engels en prefereer het britse engels, maar om dat als zwak te betitelen…? -.-

  3. Bij mijn werk werd er wel eens een analyse gemaakt van mannelijke versus vrouwelijke tekst in het Nederlands. Met domme number crunching dus als het goed is onbevooroordeeld. De resultaten waren lachwekkend: sterk ‘mannelijke’ woorden zijn bijvoorbeeld “investering” of “Heineken” en ‘vrouwelijke’ woorden zijn alledaagse woordjes als “zij”, “toch”, etc.

  4. Ik doe het nog redelijk vaak, eigenlijk. Maar ik heb me dan ook nooit thuis gevoeld in nerdmilieus zonder binding met iets anders dan de computer.

    Veel van mijn geschrijf beperkt zich tot de aanduiding “geadresseerde verhuisd, retour afzender”; de post die voor de vorige bewoner bestemd is blijft een halfjaar later maar binnenkomen, al moeten bepaalde bedrijven na 24 keer retour sturen toch wel weten dat de pipo in kwestie hier niet meer woont. Soms gaat deze droge mededeling dan ook gepaard met de uitbreiding “1. De Fransen zijn het land uit; 2. De dinosaurussen zijn uitgestorven; 3. De heer (X) woont hier niet meer. De eerste twee feiten kent u ongetwijfeld. Waarom dringt het derde niet tot u door?”

    Verder maak ik wel eens briefjes van allerlei aard voor de buren. Baarlijke nonsens om daarvoor de printer te pakken (waarvan de inkt trouwens al jaren is ingedroogd).

    Belangrijker is echter het soort bericht dat ik af en toe aan iemand persoonlijk stuur. Een liefdesbrief, die print je niet (en die giet je al helemaal niet in een e-mail!). Nu zul je niet elke dag een liefdesbrief sturen (jij zit in elk geval al jaren in een stabiele, en als het goed is monogame, relatie), maar het gaat ook om andere dingen: een persoonlijk cadeau (een gedicht, of de transcriptie van iemands favoriete nummer zodat hij dat zelf op het klavier kan spelen), een ontboezeming die je niet durft uit te spreken, de uitnodiging voor een feest dat iets meer om het lijf heeft dan happen en zuipen bij popmuziek, en natuurlijk het klad voor een stuk dat je later nog wel in het net uittikt. Als je een geïnspireerde, maar lange tekst vanuit een schema “uitdenkt”, werkt dat vele malen fijner.
    En dan heb ik het nog niet gehad over het beschrijven van bierviltjes in het café: tips voor goede boeken of muziek als je er twee op hebt, mededelingen van het type “de barman heeft een korte piemel” als je er tien op hebt. Verder zijn er ook mensen die kerstkaarten sturen (zelf vier ik dat feest niet), en een verjaardagskaart in plaats van een bondig whatsappje wordt in sommige kringen ook gewaardeerd.

    Ik doe dat persoonlijk omdat ik erg hecht aan veel wat ouderwets, een beetje irrationeel en exclusief is. We leven in een tijd waarin alleen objectiviteit en doelmatigheid lijken te tellen, daar wil ik niet in meegaan. Vergeet ook vooral niet dat je handschrift zeer persoonlijk is. Ook al verraadt het inderdaad niet je karakter, duizend invloeden maken het tot wat het is, en dat is zelden bij twee mensen hetzelfde. Kijk toch om je heen hoe mensen moeilijk doen om vooral maar anders te zijn dan anderen; als je dit soort details waardeert, kom je al een heel end.

  5. Mooi relaas, Wouter! Zeker, de niet-computernerd schrijft over het algemeen meer dan de computernerd. En volgens mij ben jij ook wel een beetje een schrijfnerd, of niet soms? :)

    Overigens schrijf ik juist stukken die nog geen kop en staart hebben liever op de computer. Dan kun je er makkelijker regels tussen plakken, alinea’s van plek verwisselen, zinnen verplaatsen en woorden omwisselen. Maar dat is vast ook een kwestie van smaak.

  6. Schrijfnerd? Dat zou nog best kunnen. Mijn stukken strekken zich dikwijls alinea’s verder uit dan oorspronkelijk de bedoeling was, en ik denk eindeloos na over stilistische details. Ik hoop dat ik deze kwalificatie ooit nog te gelde kan maken.

    Dat is trouwens werk dat ook ik veelal op de computer doe. Als ik een moeilijke tekst moet schrijven, bepaal ik de opbouw op papier. Dan zie ik de brief voor me en ga ik typen. Het mierenneuken – synoniemen zoeken, formuleringen afslanken, te lange zinnen opsplitsen, leestekens vervangen – vindt vervolgens automatisch plaats onder het uitschrijven.

Geef een reactie