Perfecte chocolate chip cookies

Ik hou er wel van als iemand zich ergens in vastbijt, iets compleet tot op de bodem uitzoekt, en dan het liefst op de heerlijk systematische manier die de nerd karakteriseert. Als dat dan ook nog gaat over het maken van de perfecte chocolate chip cookies, ben ik helemaal om.

I’m talking chocolate cookies that are barely crisp around the edges with a buttery, toffee-like crunch that transitions into a chewy, moist center that bends like caramel, rich with butter and big pockets of melted chocolate. Cookies with crackly, craggy tops and the complex aroma of butterscotch. And of course, that elusive perfect balance between sweet and salty.

OH JAWEL.

JreOK

Ingewikkeldere koekjes dan het simpele Hollandse zandkoekje, maar o zo heerlijk. Om de perfecte chocolate chip cookie te bakken, moet je eerst begrijpen wat er gebeurt tijdens het bakproces. Het deeg wordt warm en zacht voordat het eiwit en zetmeel het koekje juist weer stevig maken. Ondertussen rijst het deeg nog een beetje door het bakpoeder, karameliseert de suiker aan de randen van het koekje en zorgt de Maillardreactie tussen suiker en eiwit voor de licht gebruinde randjes en de typische koekjessmaak.

En om al die processen en reacties te optimaliseren, moet je dan weer erg goed weten wat je ingrediënten zijn en wat ermee gebeurt. Het is niet verrassend dat je koekje zachter en smaakvoller wordt als je er meer boter in doet (sidenote: mensen die koekjes bakken met margarine zouden met een steen om hun enkels de Vecht in gegooid moeten worden). Maar boter kun je ook van tevoren smelten of opkloppen en dat blijkt óók weer effect te hebben op het eindresultaat. Hoeveel eieren? Extra eiwit of juist extra eigeel? Eerst kloppen of direct door het beslag gooien? Kristal- of basterdsuiker? Eerst karameliseren of niet? Meer of minder kneden? En dan hebben we het nog niet eens gehad over hoe lang en hoe warm je ze het beste bakt.

Hoe dan ook, deze zin uit het artikel is een aardige samenvatting:

(are you sensing a theme here? When it comes to cookies, apparently EVERYTHING MATTERS)

100 bakrondes, 1536 koekjes en 15 kilo bloem later kwam Serious Eats met het perfecte recept, en natuurlijk het bijbehorende artikel over het proces.

De vijf meest kinky wiskundetermen

Natúúrlijk is wetenschap sexy. Dat weten trouwe Ladygeek-lezers allang. Maar er zijn een aantal wiskundige begrippen waar ik een beetje van moet giechelen. Aanvullingen? Post ze in de comments!

5. Wiener sausage – Een cilindervormig veld bestaande uit alle punten met een vaste afstand tot een Brownse beweging. Vernoemd naar wiskundige Norbert Wiener.

4. Sexy prime – Twee priemgetallen zijn sexy als ze 6 van elkaar verschillen (zoals 5 en 11).

3. Hairy ball theorem – De stelling dat je een harige bal niet kan kammen zonder minstens één kruin te laten ontstaan. Oftewel, in wiskundige taal: there is no nonvanishing continuous tangent vector field on even dimensional n-spheres.

2. Tits alternative – Een stelling over de structuur van eindig gegenereerde matrixgroepen. Vernoemd naar de Belgisch-Franse wiskundige Jacques Tits.

1. Cox-Zucker machine – This algorithm determines if a given set of sections provides a basis (up to torsion) for the Mordell–Weil group of an elliptic surface E → S where S is isomorphic to the projective line. Vernoemd naar wiskundigen David A. Cox en Steven Zucker.

Ook op tv moet wetenschap kloppen

Technologie wordt iets te vaak onrealistisch neergezet in films en op tv. Zie o.a. het veel voorkomende en tenenkrommende “enhance“, om maar niet te spreken over hacken. Want mensen die verstand hebben van computers gebruiken tenslotte nooit een muis of een GUI, right? Guys? Oh.

Gelukkig zijn er film- en televisiemakers die wel goed opletten dat alles goed in elkaar zit, ook voor de experts. Breaking Bad heeft een scheikundige ingeschakeld om ervoor te zorgen dat alles goed in elkaar zit (en de drugspolitie om er dan ook weer voor te zorgen dat de serie ook weer niet zo nauwkeurig is dat het een rechtstreekse handleiding is voor het maken van meth).

De makers van The Simpsons hebben trouwens een wiskundige ingeschakeld die diverse mathematische grappen in de serie heeft geïntroduceerd. Eigenlijk niet zo verrassend: een aantal van de Simpsons-makers heeft een wiskundige achtergrond. Eén ervan heeft zelfs ooit een paper geschreven over de wiskunde van het sorteren van verbrande pannenkoeken. Dat schept toch een band: mijn proefschrift gaat (in zekere zin) over de culinaire kant van de informatica.

Tweede Kerstdag

Weetje van de dag: Tweede Kerstdag is uitgevonden door hobbits.

hobbits

(In mijn zoektocht naar informatie over second breakfast en andere Hobbit-tradities vond ik deze leuke wetenswaardigheid: “In the United States, elevenses refers to the antiquated custom of the late-morning whiskey break.” De wát? Ik geloof dat ik mij eens wat ouderwetse Amerikaanse gewoontes moet gaan aanleren…)

Live long and paw-sper

Wat krijg je als je twee ingenieurs een filmpje laat maken over katten? Dit soort geniale observaties:

“Oscar has also developed an interest in science fiction and is particularly excited about the topic of time travel, which he attempts via high-speed accelerations in my living room, usually after a trip to the litter box.”

“Zoe continues her tradition of gravity-based activities, which include standing, sitting, and sleeping.”

Het jaar in vier woorden

Wat hebben privacy, selfie, geek en de participatiesamenleving met elkaar gemeen? Al deze woorden zijn door verschillende gremia uitgeroepen tot woord van het jaar 2013. Privacy volgens dictionary.com, geek volgens Collins online dictionary, selfie volgens Van Dale en participatiesamenleving volgens Onze Taal (en – saillant detail – ook tot vaagste woord van 2013).

Interessant hieraan is dat drie van de vier woorden te maken hebben met technologie. Een selfie wordt gewoonlijk met een smartphone genomen (geldt overigens niet voor de selfie avant la lettre). Met privacy bedoelen we tegenwoordig over het algemeen onze online privacy: de zoekopdrachten waarvan we niet willen dat Google die doorverkoopt aan adverteerders, de mails die we liever niet delen met onze werkgevers of familie, de cables die internationale diplomatenruzies veroorzaken en de onbetaald verkregen films en tv-series waarvan we liever niet uitspreken hoe we eraan gekomen zijn.

En natuurlijk mijn favoriete woord: de geek. Niet in het minst omdat ik er zelf een ben, maar ook omdat het vanuit taalkundig oogpunt een interessant woord is: oorspronkelijk (als het Oudengelse geck) gebruikt voor circusfreaks, vervolgens geëvolueerd naar benaming voor mensen die veel met computers doen, en inmiddels, net als zijn bijna-synoniem nerd, weer een nieuwe betekenisverandering aan het ondergaan. De nerd is niet meer een ‘simple-minded and laughable person’ (en de Zweedse nerd wil dus ook niet zo aangeduid worden in het woordenboek). De nerd is cool, de nerd is hip, de nerd is gewoon een intelligent persoon die zich vol overgave stort in interessante dingen. De nerd is salonfähig geworden, aldus de Volkskrant.

Over de waarde van ‘saai’ onderzoek

Het zou me verbazen als je het Groot Nationaal Taalonderzoek niet langs hebt zien komen de laatste tijd. Het was prominent aanwezig op diverse sociale media de laatste tijd: eerst het onderzoek zelf, toen de resultaten. Marc van Oostendorp, alias @fonolog, schreef een stuk voor Onze Taal waarin hij de zin van het onderzoek in twijfel trekt. Zijn belangrijkste punt daarbij is dat we al die dingen toch eigen al lang wisten:

Het is alleen jammer dat uit die dataverzameling helemaal niets naar voren komt wat ook maar een beetje interessant is, of nieuw, of verrassend, en wat taalkundigen met hun vermaledijde ‘intuïties’ niet allang wisten. Het zijn vooral veel, enorm wetenschappelijke data die ons uiteindelijk niets leren over taal.

Dat is nogal een kwalijke mening. Als je een intuïtie hebt, mag ik toch zeker hopen dat je eerst een degelijk onderzoek uitvoert voordat je je ideeën presenteert als waarheid. Natuurlijk ligt dat bij taalkunde net even iets anders dan bij een meer theoretisch vakgebied als wiskunde, waarbij je redeneert op basis van stellingen en axioma’s. Taalkunde gaat over de mens en het menselijke begrip van taal en is daarom per definitie min of meer subjectief.

Maar dat betekent niet dat bijvoorbeeld de makers van ‘een modern woordenboek als Van Dale’ altijd maar de waarheid in petto hebben. Het is een kwalijke zaak als onderzoekers denken dat het niet nodig is om hun eigen intuïties, of die van woordenboekmakers, te checken door middel van onderzoek. Als we allemaal gewoon maar op onze intuïtie zouden vertrouwen, hadden we nog steeds met z’n allen gedacht dat we niet van deur hoefden te wisselen om een auto te winnen.

Deze passage van Van Oostendorp baart me nog het meeste zorgen:

Sommige onderzoekers hebben een fascinatie voor ‘wetenschappelijke gegevens’. Vooral in de psychologie viert die fascinatie hoogtij. Een gegeven kan nog zo voor de hand liggend zijn, en oppervlakkig, en saai – als het v‘wetenschappelijk’ verkregen is, wordt het ineens heel opwindend. Niemand hoeft zich meer af te vragen of we ook iets leren.

Ik mag toch hopen dat álle onderzoekers een fascinatie hebben voor ‘wetenschappelijke gegevens’. Ook resultaten die saai zijn, zijn wetenschap. Juist een onderzoek dat bevestigt wat we al vermoedden, voegt iets toe: zekerheid, en een basis voor verder onderzoek. Want het voortbouwen op ongetoetste vermoedens vormt de basis van een wankel kaartenhuis, en dat wens ik de taalkunde niet toe.

Disclaimer: dit is mijn particuliere mening. Ik verdedig het Groot Nationaal Taalonderzoek niet omdat het gefinancierd is door mijn werkgever, maar ik heb nou eenmaal een paar stokpaardjes. Van een aantal daarvan (kuch) was ik me al langer bewust, maar vandaag mag ik blijkbaar grondig wetenschappelijk onderzoek ook aan dat lijstje toevoegen.

Extra disclaimer, gewoon voor de zekerheid: als NWO-medewerker ben ik sowieso objectief over de onderzoeksvoorstellen die bij ons binnen komen, per definitie: de voorstellen worden beoordeeld door externe referenten. Mijn mening/’smaak’ over verschillende soorten onderzoek heeft dus geen enkele relevantie voor mijn werk als NWO-medewerker, en andersom ook.