Review + winactie: Hidden Figures

Hidden Figures

Zelfs ik, als nerdy feminist, wist tot voor kort niet dat de eerste Amerikaanse maanlanding mede mogelijk is gemaakt door zwarte vrouwen. Het boek Hidden Figures vertelt het verhaal van die vrouwen, en concentreert zich vooral op drie van hen: Katherine Johnson, Dorothy Vaughan en Mary Jackson. Het boek van Margot Lee Shetterly ligt al een paar maanden in de winkel, en de bijbehorende film is sinds vandaag ook in Nederlandse bioscopen te bekijken.

Ik heb nog niet de kans gehad om de film te zien, maar afgaand uit alles wat ik erover heb gezien en gelezen, staat hij nu al hoog op de lijst om mijn favoriete film van 2017 te worden. Het boek waarop de film is gebaseerd heb ik al wel gelezen, met – dit klinkt tegenstrijdig – veel interesse én veel moeite.

OK, ik leg even uit: het boek is geweldig grondig in het vertellen van het héle verhaal van zwarte vrouwen bij NASA en NASA-voorganger NACA, vanaf het verspreiden van een vacature voor rekenaars in 1943 tot ná de maanlanding in 1969. Het verhaal gaat over de opleidingen van de drie hoofdpersonen, hun romances, de kinderen, de schoolprojecten van de kinderen (!) en de coördinatie van het huishouden. Het duurt vijf hoofdstukken voordat we überhaupt aankomen bij de eerste werkdag van Dorothy Vaughan. Pas op tweederde van het boek begint de space race.

Het is dus nogal een verhaal, en Shetterly doet haar best om dat verhaal zo uitputtend mogelijk te vertellen. Daarmee leest het boek af en toe eerder als een proefschrift dan een leesboek. Jammer, want het is een interessant en belangrijk onderwerp. Het liefst zou ik willen dat zoveel mogelijk mensen dit boek lezen om er meer over te leren, maar bijna 350 pagina’s dicht op elkaar gepakte informatie is zelfs voor een intrinsiek gemotiveerde lezer als ik best lastig.

Hidden Figures filmposterAnderzijds is het boek juist daardoor ongelooflijk leerzaam. Ik heb nu een aardig beeld van hoe het leven eruitzag voor een zwarte vrouw in Virginia halverwege de twintigste eeuw en over deze drie superslimme zwarte vrouwen die tegen alle verwachtingen in carrière maakten in een wittemannenwereld. Maar niet alleen dat: ook over de geschiedenis van NACA/NASA, over het Amerikaanse leven in de Tweede Wereldoorlog in het algemeen, over de ontwikkelingen in de aeronautische industrie en over de inspanningen die nodig waren om een raket veilig op de maan te laten landen.

(Nog even voor de nerds onder ons: het boek wordt zelden echt technisch. Ja, het raakt af en toe even wiskundige termen, maar Shetterly maakt duidelijk dat ze zelf niet nerdy of bèta genoeg is om het allemaal goed te begrijpen of uit te leggen. Ik heb het rapport waarin Katherine Johnson uitlegt hoe je een satelliet in een baan rond de aarde brengt – overigens het eerste NASA-rapport met een vrouwelijke auteur – er dus gewoon zelf maar even bij gezocht.)

Wat ik dus eigenlijk wil zeggen: Hidden Figures is een even interessant als taai boek. Naar de film ben ik heel benieuwd, en ik hoop – en verwacht – dat die de gebreken van het boek gladstrijkt door meer focus in het verhaal te brengen en de drie hoofdpersonen meer te laten leven.

Voor wie het boek en de film wil vergelijken: dit is je kans! Ik mag niet alleen een exemplaar van het boek weggeven, maar ook twee vrijkaartjes voor de film. Hoe doe je mee? Heel simpel: plaats een reactie onder deze blogpost of op Facebook. That’s all! Over een week, dus op 16 maart, trek ik een winnaar. Good luck!
EDIT: de actie is gesloten en er is een gelukkige winnaar. Blijf Lady Geek vooral volgen (kan ook op Facebook) voor toekomstige winacties!

Ik kreeg mijn exemplaar van HarperCollins Holland, in ruil voor een eerlijke recensie.

Review + winactie: De Man die de Tijd Meenam

Hee, even een dingetje: je wist dit misschien niet, maar we leven in een mislukte wereld. Goed, gezien de wereldpolitiek is dat misschien niet heel verrassend nieuws, maar zelfs alle basisdingen in het leven – hoe je slaapt, hoe je wakker wordt, hoe je kleren eruit zien – zijn niet zo goed als in de echte echte wereld.

Dat is in ieder geval de pijnlijke boodschap van Tom Barren, hoofdpersoon uit De Man die de Tijd Meenam. Hij begon zijn leven in een superieure versie van het universum, maar door een procedurefoutje bij het gebruiken van de tijdmachine van zijn vader komt hij per ongeluk in onze realiteit terecht. Best een probleem, want onze realiteit suckt, dus hij wil terug, maar hoe doe je dat vanuit een wereld waar tijdmachines niet bestaan?

De Man die de Tijd MeenamAchtbaan van een roman

De Man die de Tijd Meenam is werkelijk een achtbaan van een roman. Net als je denkt dat je ‘m door hebt, zwenkt hij weer een heel andere richting in. Omdat het boek begint met een tijdmachine zit je al snel in science fiction-modus, maar dat is eigenlijk maar een deel van het verhaal. Schrijver Elan Mastai weet het allemaal zo vanzelfsprekend te brengen dat het bestaan van die tijdmachine eigenlijk heel normaal wordt, en voordat je het door hebt zit je middenin in een magisch-realistische roman over een wereld waar je voor je gevoel zo in kan stappen.

En net als je daaraan gewend bent, slaat het magisch-realisme om in een huiveringwekkend realisme: dat hele verhaal van Tom Barren, die in onze werkelijkheid vertelt over zijn superieure alternatieve universum, is dat niet een beetje verdacht? Is Tom niet gewoon een schizofrene weirdo die het zich allemaal verbeeld heeft? Op het moment dat een boek je serieus laat twijfelen over de geloofwaardigheid van het ik-personage, yup, I’m impressed.

Kippenvel & jaw drop

Het houdt daar niet eens op, de achtbaan duurt voort, maar daar wil ik niet al te veel over verklappen. (Kippenvel bij hoofdstuk 94. Jaw drop bij hoofdstuk 124. De terugverwijzingen naar eerdere stukken die je in eerste instantie nietsvermoedend las.)

Is er dan echt niets aan te merken op dit boek? Nou ja, als ik dan echt iets moet zeggen: de laatste paar hoofdstukken hadden van mij achterwege mogen blijven – om spoilers te vermijden laat ik het daar even bij – maar I ain’t even mad. Verder geldt hier dus een absoluut en onverdeeld positief leesadvies.

De Man die de Tijd Meenam van Elan Mastai ligt vanaf vandaag in de winkel. Om te bewijzen dat dit inferieure universum niet helemáál hopeloos is, heb ik supergoed nieuws: ik mag van HarperCollins Holland een exemplaar van het boek weggeven! Je doet mee door op Facebook een reactie te plaatsen op deze post en daarbij iemand te taggen die jij graag zou willen meenemen op een tijdreis naar een parallel universum.
EDIT: de actie is gesloten en er is een gelukkige winnaar. Blijf Lady Geek vooral volgen (kan ook op Facebook) voor toekomstige winacties!

Ik kreeg mijn exemplaar van HarperCollins Holland, in ruil voor een eerlijke recensie.

En het is altijd 1895 – of niet?

Tijdmachines! Wist je dat het idee van tijdmachines pas eind 19e eeuw echt voor het eerst populair werd? En dat alles naar aanleiding van een boek van H.G. Wells uit 1895, waarin hij een tijdmachine beschrijft die er in grote lijnen uitziet uit als een fiets. Klinkt misschien gek, maar de moderne fiets was in die tijd net pas uitgevonden en dus toonbeeld van nieuwe technologische snufjes.

Tijdreizen is tegenwoordig haast onlosmakelijk verbonden met hypothetische vragen als “zou jij baby Hitler vermoorden?” – en de eerste keer dat iemand daarover schreef is eerder dan je zou denken. Maar meer dan dat ga ik niet verklappen over dit geweldige filmpje van Vox:

Het filmpje is overigens nog extra interessant met het huidige politieke klimaat in je achterhoofd.

Time travel is so often about regret. It’s about something in your past that you wish you could do over. In this case, here’s the entire planet allowing this monster to arise and kill millions of people.

Dat boek van H.G. Wells doet me dan weer om meerdere reden denken aan het gedicht 221b van Vincent Starrett over de tijdloosheid van Sherlock Holmes en dr. Watson, dat zeker in het licht van al die recente Sherlock Holmes-adaptaties zeer relevant is. Het gedicht eindigt met deze twee regels:

Here, though the world explode, these two survive,
And it is always eighteen ninety-five.

Nog één ding trouwens: lees Er Ist Wieder Da, een even hilarisch als ontluisterend boek over wat er zou gebeuren als het hele verhaal andersom zou gebeuren: Hitler wordt opeens wakker in hedendaags Duitsland en heeft geen idee wat er aan de hand is.

Lady Geek leest: Armada

ArmadaAls je verslaafd bent aan computerspelletjes, is je leukste dagdroom misschien wel dat alles echt is, dat je echt de aarde aan het verdedigen bent tegen aliens, en dat je uiteraard dan ook de held bent die de wereld redt. In de dagdroomversie van een tienerjongen houdt hij er ook een leuk vriendinnetje aan over, plus het respect van de klasgenoot die hem jarenlang heeft gepest.

Daarmee heb je meteen het plot van Armada, en heel veel ingewikkelder dan dat wordt het niet. Armada is een aaneenschakeling van tropes, literaire clichés. Het plot van het boek is eigenlijk de trope “And you thought it was a game“, waarmee het niet ophoudt, want het boek staat vol met tropes (ik link er hier even een paar, maar ik bedoel dus maar, het zijn er écht heel veel).

Dat maakt Armada nogal voorspelbaar. Wat wel weer charmant is, is dat auteur Ernest Cline (ook bekend van Ready Player One) zich daar in de verste verte niet voor lijkt te schamen, of er in ieder geval geen doekjes om windt. En dat vanaf de eerste zin: “Ik staarde uit het raam van het klaslokaal en zat te dagdromen over avontuur toen ik de vliegende schotel zag.” Goed. OK. Vliegende schotels. In de loop van het boek spat de zelfspot er steeds meer vanaf:

‘Heb je bij ook maar iets van wat er nu gebeurt het idee dat het je in het echte leven zou kunnen overkomen? Of lijken de gebeurtenissen zich te ontvouwen zoals dat in een verhaal of in een film zou gebeuren? Perfect getimed om het dramatische effect zo groot mogelijk te maken?’

Dat maakt Armada een interessant experiment in zelfreferentie, maar ondertussen is het wel weer extra lastig om te vergeten dat je een boek aan het lezen bent, waardoor je nooit helemaal in het verhaal gezogen wordt.

Dat geldt des te sterker voor de Nederlandse vertaling. Armada zit vol met pop culture references naar games, films en tv-series, en dat is tof, want zo praat ik ook met mijn vrienden. Zolang Engelstalige quotes in het Engels blijven staan (‘You shall not pass!’,‘I find your lack of faith disturbing’), gaat dat prima. Maar sommige referenties zijn óf te Amerikaans, óf onhandig in het Nederlands vertaald, en als het bijvoorbeeld gaat over een ‘intergalactisch potje Simon’ ben je als lezer dus al snel de draad kwijt. Om maar niet te spreken van:

‘Doe de deuren van de capsulehangar open, HAL.’

Ehm.

Dan nog even dit. Armada is een jongensboek, en dat zeg ik niet omdat het boek gaat over games en vechten. Goed, de beste hacker uit het boek is een meisje. Goed, er zitten een paar bad-ass vrouwelijke personages in het boek. Maar die lijken allemaal te bestaan om de mannen des te meer te laten shinen. (Overigens zijn er ook nogal liefst twee niet-heteroseksuele personages, maar uiteraard gaan die al gauw dood, want ja, tropes.) Ik zeg overigens expres ‘jongensboek’ en niet ‘mannenboek’, want de sfeer van het verhaal en de karakterontwikkelingen doen erg young adult aan. Is het dan een leuk cadeau voor je neefje van veertien die houdt van games? Dat vind ik dan weer lastig, want die snapt waarschijnlijk een groot deel van de pop culture references naar de jaren 80 en 90 weer niet.

Dat maakt het boek lastig te positioneren: te onvolwassen voor volwassenen, te retro voor tieners. Maar als je je kunt neerleggen bij het voorspelbare plot en het gebrek aan vrouwelijke personages met een wezenlijke rol in het verhaal, heb je met Armada een boek dat vermakelijk is, vooral door de pop culture references, en bij vlagen charmant.

Kopen? Nederlands (e-book), Engels (e-book).

Ik kreeg mijn recensie-exemplaar van Armada aangeboden door Uitgeverij Q.

Lady Geek kijkt: Billions

Ik wil je eigenlijk aanraden om Billions te gaan kijken, no questions asked, zonder dat ik er iets over gezegd heb. Ik wist van tevoren al een paar dingen van het plot en heb daar tijdens het kijken af en toe van zitten balen, want daardoor miste ik een paar fantastische plotwendingen.

Er zijn een paar dingen die ik je kan vertellen zonder dat ik er echt iets mee verklap. Billions is een slimme, ingewikkelde serie over openbaar aanklager Chuck Rhoades (Paul Giamatti) en miljardair Bobby Axelrod (Damian Lewis). Spanning en intrige dus, maar dan wel op zo’n manier dat je als kijker ook niet precies weet wie je nou wel en niet moet vertrouwen. Ik heb de eerste aflevering twee keer gekeken om alles helemaal te begrijpen en heb tussendoor een paar dingen op moeten zoeken, zoals wat een U.S. Attorney eigenlijk precies is (een openbare aanklager) en wat de SEC doet (toezicht houden op beursverkeer). Die geef ik je dus alvast cadeau.

Als je me níet helemaal op mijn woord gelooft en toch iets meer over de serie wil weten voordat je gaat kijken: OK. Prima. Zoals ik al zei: ik wist een paar dingen en heb desondanks zitten smullen, dus vooruit. Billions is namelijk niet zomaar de duizendste tv-serie over twee machtige mannen die met elkaar in een strijd verwikkeld raken. Want ja, de hoofdpersonen zijn weliswaar mannen, maar de echtgenote van Chuck Rhoades (Maggie Siff) blijkt een centraal punt in de spanning tussen de twee mannen – maar niet als love interest. Bovendien verdient ze acht keer zoveel als haar man – oh, en ze hebben trouwens ook een gezonde SM-relatie waarin zij dominant is. De vrouw van Bobby Axelrod (Malin Åkerman) lijkt een lieve blonde miljardairsvrouw, maar schrikt er niet voor terug om iemand te bedreigen. De eerste aflevering slaagt op het nippertje voor de Bechdel test, en ik ben benieuwd hoe zich dat in de andere afleveringen ontwikkelt. Verder nog relevant: mannelijk naakt in de eerste aflevering.

Goed. Weet je nu dan genoeg? Of wil je ook nog een trailer zien? OK, OK. Ben ik ook niet te beroerd voor.

This War of Mine: een game om van te huilen

This War of Mine is een akelig spel.

This War of Mine

Overleven is je enige doel en je enige taak in This War of Mine.

Eigenlijk is het een soort The Sims, maar dan de naarste variant die je je kunt verzinnen. Je huisje met popjes is een half ingestorte woning in een door oorlog verwoeste stad.

This War of Mine - The house

Het huis waar Marko, Pavle en Bruno wonen.

Je hoofdpersonen zijn drie vrienden die elke dag moeten vechten voor hun leven: ze moeten ergens eten zien te halen, en materialen om vuurtjes te kunnen stoken en een radio te bouwen. En wapens, want iederéén is dus ’s nachts op strooptocht, dus je spullen zijn niet veilig als je ze niet bewaakt.

This War of Mine - We were attacked at night

Een uitzichtloze situatie: de jongens hebben honger, dus de strooptochten gaan slecht, dus het lukt ze niet om wapens te stelen, dus alles dat ze wél weten te bemachtigen wordt prompt door andere scharrelaars afgepakt.

Ik moest huilen van This War of Mine.

Niet omdat Marko doodgeschoten werd tijdens een strooptocht omdat hij probeerde een meisje te redden dat bijna werd verkracht door een of andere wreedaard. Ja, daar werd ik ook droevig van. De huisgenoten trouwens ook.

This War of Mine - I can't believe Marko was killed

Hij probeerde alleen maar iets goeds te doen.

Nee, ik kon een enkele traan niet tegenhouden op het moment dat mijn andere twee hoofdpersonen bijna stierven van de honger en ik moest beslissen of ik een ouder, ongewapend echtpaar van hun eten wilde beroven. Ik wilde het niet. Bruno en Pavle hadden honger. De oude man smeekte me om hun eten niet mee te nemen.

This War of Mine - Quiet house

“I beg you, don’t take the food, we have so little.” Shit. Een ongewapende, oude man. Maar ik heb ook honger. Wat nu?

Het is natuurlijk allemaal maar een spel. Maar al deze situaties zijn in het echt voorgekomen. Ik ken ze inmiddels vrij goed omdat ik erover schrijf, maar ook omdat ik twee maanden geleden in Bosnië was en de ruïnes in Mostar en Sarajevo zag en de verhalen hoorde over klasgenoten die tot een andere bevolkingsgroep bleken te behoren en dus opeens voor je deur stonden met een mitrailleur.

This War of Mine is een heftige game, die je zeker niet moet spelen als je behoefte hebt aan licht vermaak. Er zitten veel kanten aan het spel: je kunt met verschillende personages spelen en je kunt – als dat lukt – je huis inrichten door bedden te bouwen van sloophout, met een zelfgemaakt fornuis dat ook als kachel kan dienen, en een goed gevulde medicijnkast. Maar de kans is groter dat dat je níet lukt. Is dat erg? Nee. This War of Mine is niet een spel om te winnen, maar om te beleven.

War is not a choice, is het motto van de game. Het spelen van deze game is wél een keuze, en eentje die absoluut aan te raden is.

Kopen? This War of Mine, €18,99 op Steam.

UPDATE 16 maart 2016: This War of Mine voor iPad/iPhone is tijdelijk maar €3,99.

Girls Can Code – of niet?

Het recept is simpel: stop een paar jonge mensen een paar weken in een huis en stel ze voor allerlei uitdagingen waarmee ze hun eigen grenzen opzoeken.

Klinkt bekend? Verrassing: ik heb het deze keer niet over Project Runway of America’s Next Top Model, maar over de BBC-miniserie Girls Can Code, waarin vijf meiden van rond de twintig een hartig lesje krijgen in de wereld van de tech startups. In slechts twee afleveringen zien we hoe de dames zich in twee weken al dan niet ontpoppen tot ware tech gurus.

“Only twelve days ago, they had no desire to work in tech, they had no plan to work in tech. They had no idea that they could work in tech.”

In tegenstelling tot wat de naam Girls Can Code doet vermoeden, gaat de serie maar voor een heel klein deel over programmeren. En dat is maar goed ook, want de meiden lijken niet vreselijk gemotiveerd te zijn om echt als programmeur aan de slag te gaan. Een interessante opzet, en daarmee misschien herkenbaarder voor een hoop meiden, maar niet helemaal wat ik had verwacht van een serie die Girls Can Code heet. De serie gaat helemaal niet over programmeren!

Goed, misschien is dat ook niet zo gek. Als de dames er überhaupt niet van overtuigd zijn dat tech wel leuk is, laat staan dat ze over enige voorkennis beschikken, is twee weken wat aan de korte kant om een beetje te leren programmeren. En dat is prima, maar had de serie dan Girls Can Run a Startup genoemd, of Girls Can Work in Tech. De dames krijgen wel een klein lesje programmeren (spoiler: ze vinden het bijna allemaal saai), maar leren vooral hoe de tech-wereld werkt en hoe ze een startup-concept moeten verzinnen, uitwerken en pitchen.

Het is wel interessant om te zien hoe sommige meiden echt ontdekken dat tech bij ze past. Niet alle vijf, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. De conclusie is duidelijk:

“Can girls code? Some can, some can’t. Same as the boys.”